Lokale politici tussen vergissen en misleiden
Ron Vrij woonde afgelopen september een informatieavond over Kamp van Zeist bij. Hoewel het onderwerp van die avond niet de vluchtelingengevangenis was, viel er toch veel te leren over de rol van de lokale politiek bij het verbergen van de zone van rechteloosheid die zich hier bevindt.
Door Ron Vrij
Het Openbaar Ministerie is van plan om de voormalige rechtszaal in het detentiecentrum Kamp van Zeist als extra beveiligde zittingszaal te gaan gebruiken. Deze zaal, die zich midden op het ommuurde terrein bevindt, zal alleen worden gebruikt bij bijzondere strafzaken met bijvoorbeeld grote groepen verdachten of als het OM verwacht dat er extreem gevaarlijke verdachten zullen verschijnen. Op 25 september is daarover door de gemeente Zeist en Soest een informatiebijeenkomst voor bewoners en andere belangstellenden gehouden om hen hierover te informeren.
De burgemeester van Zeist noemt later, in zijn weblog, de avond een ‘levendige en goede bijeenkomst’. Vanuit Utrecht was ik op de fiets vertrokken om deze avond bij te wonen. De bijeenkomst werd bezocht door een groot aantal bewoners van voornamelijk het dorp Soesterberg, wat dat betreft was het misschien voor de burgervader van Zeist ‘levendig’ en ‘goed’. Maar wat de beste man vergeet te melden waren de protesten en vele kritische vragen die vanuit de zaal afgevuurd werden op de burgemeesters, politie, gevangenisdirecteur en het OM. Zoals reeds gemeld was het een informatieavond, geen inspraakavond.. Volkomen terecht merkte een bewoner dan ook op dat het besluit al genomen was; dat verbaasde hem overigens helemaal niets want dat was ook zo gegaan met het in gebruik nemen van de vreemdelingengevangenis enkele jaren geleden.
Wat ook opviel, was dat gedurende een groot deel van de avond de bezoekers vragen stelden vanuit het idee dat er in Kamp van Zeist mensen zitten opgesloten met een drugsachtergrond. Hoeveel bolletjesslikkers zijn er nu opgesloten? Waarom is er midden in ons dorp slechts één bushalte, die doorlopend gebruikt wordt door bezoekers van deze criminelen? Een moeder maakte zich zorgen om de veiligheid van haar kinderen die langs deze bushalte naar school moesten. Het aandachtig luisterende publiek werd niet verteld dat er in Kamp van Zeist helemaal geen bolletjesslikkers meer opgesloten zitten, maar mensen die vanwege oorlog, honger, onderdrukking of armoede naar het Westen zijn gevlucht. Dat er in Kamp van Zeist tot het voorjaar van 2007 hele gezinnen werden opgesloten, puur vanwege het feit dat zij niet over de juiste papieren beschikten.

Dit lugubere toneelstuk deed mij laatst denken aan het prachtige boek van Geert Mak, In Europa. Daarin beschrijft Mak situatie rond het voornemen van een burgemeester in Duitsland om een voormalig concentratiekamp te slopen. De ruimte was erg hard nodig voor de lokale economie. De argumentatie die deze meneer gebruikte, was dat het kamp tijdens de oorlog gebruikt was om criminelen en politiek subversieven vast te zetten, dus reden genoeg om het te slopen. Net als zijn collega’s uit Zeist en Soest ging hij erg soepel om met de waarheid omtrent de gevangenen en de omstandigheden van hun detentie.
Of was misschien sprake van een vergissing op die bewuste informatieavond? Tenslotte ging de avond over de extra beveiligde rechtszaal en niet over het vreemdelingendetentiecentrum Kamp van Zeist. Toch komt het de beide gemeentebesturen natuurlijk erg goed uit dat de bewoners eigenlijk niet zo goed weten wie er achter de vijf meter hoge betonnen muren vastgehouden worden. Het komt hun goed uit dat niet echt bekend is onder welke omstandigheden deze mensen worden vastgehouden. Het lijkt wel of het hun ook goed uitkomt dat mensen bang zijn voor de bezoekers die richting de Richelleweg lopen. Het creëren van angst en vrees houdt de burgers koest, zeker als de gemeente hard roept dat zij de veiligheid garandeert, ondanks het verdwijnen van de politiepost in Soesterberg. Het leek een goede mop, ware het niet dat de werkelijke situatie echt schrijnend was, toen de politiewoordvoerder het gehoor met een serieuze blik voorhield dat het met het in gebruik nemen van de rechtszaal eigenlijk veel veiliger zou worden in Soesterberg. Tenslotte zouden de zware criminelen extra zwaar bewaakt worden. Alle toehoorders waren toen, volkomen begrijpelijk, het spoor te zeer bijster om daar nog op te reageren.
Op de weg terug naar huis, het was erg donker en de regen kwam met bakken uit de hemel, stopte een auto naast mij. Het waren een man en een vrouw met twee erg drukke pubers achterin, die in gebrekkig Nederlands de weg vroegen naar Soesterberg, even had ik de neiging om hen te waarschuwen. ‘Doe dat niet, maak rechtsomkeert!’ Gelukkig realiseerde ik me bijtijds dat de bewoners van niet alleen Soesterberg, maar van alle dorpen en steden in Nederland te maken hebben met gebrekkige en verkeerde informatie, en dat veel mensen zich, ondanks deze misleiding, op allerlei manieren verzetten tegen de bestuurders. Zoals bijvoorbeeld de bezoekersgroepen in Kamp van Zeist die vanuit de kerk in Soesterberg worden georganiseerd. Ik wees het gezin de weg: gewoon almaar rechtdoor langs vele verkeerslichten. Zichtbaar was de opluchting van de mensen. Het was weliswaar een kort contact, maar dit was ‘goed’ en deze kinderen achterin waren zeer ‘levendig’. In tegenstelling tot de informatieavond. Ikzelf moest erg hard trappen om thuis te komen, met als gevolg dat de beklemmende herinnering aan de misleiding van eerder op die avond eventjes was vervaagd.
|