Tegen de verplichte school
De schrijfster Catherine Baker, auteur van enkele kritische libertaire boeken over het onderwijs, heeft in haar meest recente boek, Pourquoi faudrait-il punir? (zie Buiten de Orde, lente 2007), nagedacht over de gevangenis en over het verschijnsel straf in het algemeen. In een interview met het Franse anarchistische blad Offensive schetste ze nogmaals haar opvattingen over de verbanden tussen het strafrecht en het onderwijs.
Vertaling Michel Koppelaar
Kunt u uitleggen waarom scholen in uw ogen plaatsen van vervreemding zijn? De school is in de huidige samenleving misschien wel de sterkste schakel in onze ketenen. Op school leren mensen gehoorzamen. Op school leren kinderen dat er een meester is en een ondergeschikte. Op school leren we een bepaalde visie op democratie. Je leert er in een collectief te leven. Ik ben ervan overtuigd dat het collectieve leven er voor kleine kinderen alleen maar toe kan leiden dat zij ieder vertrouwen in zichzelf en in hun individualiteit verliezen. Op dit moment heeft men volgens het officiële discours niet meer de pretentie om kinderen te leren lezen en schrijven. Men wil hen slechts socialiseren. Maar kinderen socialiseren betekent hun leren dat er bazen zijn, dat er zwakken zijn... In de jaren zestig is een deel van deze feiten in linkse kringen ter discussie gesteld; rechts hield zich eigenlijk helemaal niet met deze kwestie bezig. Links heeft het nodige gezegd ter verdediging van openbaar, gratis en verplicht onderwijs. Linkse mensen zijn daarom het meest gekwetst door de twee boeken die ik over dit onderwerp geschreven heb.
U neemt geen genoegen met het aan de kaak stellen van de misstanden of de uitwassen van de school. U valt het fundament van het massaonderwijs voor minderjarigen aan.
Ik ben niet tegen de school, maar tegen de verplichte school. Ik droom van een school die openstaat voor iedereen en voor alle leeftijdsklassen. Want van leeftijdsklassen spring ik ook uit mijn vel. De meeste mensen die hun kinderen niet naar school hebben gestuurd zeiden niet: 'Mijn kind zal niet naar school gaan,' maar: 'Mijn kind zal naar school gaan als hij dat wil en wanneer hij dat wil.' Want de school is ook een plaats waar degene die geen kennis heeft, onderdrukt wordt door een volwassene die verondersteld wordt die kennis wel te hebben. Onderdrukking door kennis is één van de meest verwoestende vormen van onderdrukking. Men reproduceert door deze onderdrukking het schema van de sociale overheersing. Mensen als Bourdieu hadden dit al lang voor mij geconstateerd (1). Sociale promotie bestaat tegenwoordig in het geheel niet meer, hoewel men ons onophoudelijk het tegendeel voorhoudt.
Over het algemeen beschouwt men het kind als een minderwaardig, onaf wezen. De volwassene is superieur aan het kind, dat is evident voor iedereen: die superioriteit is zogenaamd natuurlijk. Voor de publieke opinie bestaan kinderen niet als zodanig. Ze bestaan niet in het heden, ze zijn toekomstige wezens. 'Op een dag' zullen ze bestaan, maar voorlopig bestaan ze niet. Dat heeft me altijd getroffen. Een kind is altijd een 'later': 'Later zul je het begrijpen', 'Later zul je doen wat je wilt', 'Later zul je vrij zijn', enzovoort. Wanneer men kind is, wordt men niet alleen beschouwd als een kneedbare pasta, maar ook als een onvolwaardig individu. Het kind is een project, een project van zijn ouders, van zijn omgeving, van de samenleving. Het is een individu dat onder grote druk staat. Kinderen worden niet aangezien voor wat ze zijn, maar voor wat ze zullen zijn. Al naar gelang men behoefte heeft aan kaderpersoneel in het ene domein, aan technici in het andere domein, zal men kinderen in de corresponderende opleidingsrichting sturen.
De onderdrukking die kinderen ondergaan is onzichtbaar, omdat men haar als iets natuurlijks beschrijft. 'Natuurlijk', zoals men vroeger de onderdrukking van slaven, arbeiders enzovoorts als 'natuurlijk' heeft kunnen beschouwen. Precies zoals bij de onderdrukking van vrouwen, wordt de macht die uitgeoefend wordt over kinderen uiteraard als vanzelfsprekend gepresenteerd. Het zijn zwakke, onwetende wezens die onderwezen moeten worden. Ze worden dus als minderwaardig beschouwd ten opzichte van volwassenen.
Er zijn samenlevingen met een minder sterk en barbaars onderwijssysteem dan het onze, men weet dus wel dat die verondersteld natuurlijke onderdrukking niet zo natuurlijk is. Neem het voorbeeld van de talrijke landen waar kinderen van vijf of zes jaar volkomen autonoom zijn en een sociale rol in de samenleving hebben. Zo heb ik in de Sahara meegemaakt dat ik als liftster werd opgepikt door een auto die bestuurd werd door een kind van zeven. Men kan kinderen vergelijken met slaven, met dit verschil dat kinderen omringd worden door het idee van bescherming. In onze samenleving wordt men geacht de 'zwakkeren' te beschermen. Omdat het kind zwak is, heeft hij bescherming nodig. Ik denk niet dat men dat van een arbeider of een slaaf zou zeggen. Vrouwen worden daarentegen eveneens als zwak gezien, als personen die beschermd moeten worden. Die notie van bescherming is erg interessant. Het is duidelijk dat een kind van twee maanden niet zal zeggen: 'Geef mij een extra deken, want het wordt koud vannacht.' Je moet voor de baby bedenken dat hij een deken nodig heeft of dat hij zich dreigt te bezeren aan gloeiende houtskool. Maar het grote verschil is dat men dat niet moet doen omdat hij minderwaardig is, maar omdat hij het nog niet weet. Ik heb onlangs vrienden uit Engeland ontvangen en bij het oversteken van de weg heb ik hun gewezen op de richting van het verkeer, omdat dat niet onmiddellijk bij hen opkomt. Een kind moet je op dezelfde manier waarschuwen voor gevaren, zoals een vriend dat zou doen. Het spreekt voor zich dat men zorgzaam is voor mensen van wie men houdt. Het gaat niet om bescherming, maar om hulp. Het bezitten van kennis die de ander ontbeert is een zeer ernstige vorm van onderdrukking, misschien wel de ergste. Wanneer men zegt dat kinderen zorgeloos zijn, zegt men in feite dat ze niet beter weten. Maar kinderen zijn vaak heel bezorgd en ongelukkig, ze beleven alles heel diep.
In Insoumission à l'école obligatoire snijdt u ook de kwestie aan van het toebehoren aan iemand. Behoren kinderen iemand toe?
In onze samenlevingen behoren kinderen hun ouders toe. Maar ik heb heel veel mensen gekend, in de jaren zestig, die ervan droomden om in een kibboets te gaan leven, waar de kinderen niet meer hun ouders maar de groep toebehoren. Ik heb ook libertaire initiatieven tot een gemeenschappelijk leven gekend, waar, hoewel in een mildere vorm dan in de kibboetsen, toch het idee bestond dat onze kinderen ons niet toebehoren. Het ging daarbij vooral om het delen van opvoedkundige taken en van verantwoordelijkheden. Grote overpeinzingen zijn uit die ervaringen voortgekomen. Het idee van 'toebehoren aan iemand' is helemaal niet zo eenvoudig. Idealiter zouden kinderen zelf de personen kunnen kiezen bij wie ze willen wonen. Dat is niet noodzakelijkerwijs bij hun ouders. Gezien onze levensomstandigheden in deze patriarchale en kapitalistische samenleving kan men niet aan kinderen vragen hoe zij willen leven. Maar degenen die in de jaren zestig in leefgemeenschappen hebben gewoond, zoals in mijn geval, bewaren hieraan heel mooie herinneringen van deelgenootschap, solidariteit, wederzijdse ondersteuning bij de opvoeding. Men slaagde erin om het volste vertrouwen in de kinderen te stellen.
Is het volgens u mogelijk om te onderwijzen zonder op te sluiten en zonder te conditioneren?
We moeten niet met woorden spelen, maar etymologisch gesproken betekent 'educatie' 'wegleiding'. Kun je een kind daarheen leiden waar hij wil zijn? Kun je samenleven met een kind zonder druk op hem uit te oefenen? Er bestaan op dit punt helaas aanwijzing en. Als je met een kind leeft, draag je je taal, een bepaald soort vocabulaire, zelfs de mate van taalbeheersing op hem over. Maar je kunt je kind opvoeden met het oog op de toekomst gericht en op wat het kind wil. Het onderwijs, zoals dat opgevat wordt in onze samenleving, is doortrokken van straf en beloning, hetgeen het mogelijk maakt om druk uit te oefenen op het kind om het te manipuleren.
Onderwijs zonder straffen is één van de dingen die u eist. Hoe is zulk onderwijs mogelijk?
Toen ik, bijvoorbeeld, zei dat je kunt hopen dat je een kind daarheen leidt waar hij wil zijn, dan kun je dat vergelijken met het idee dat ik hoop dat men mij zal onderwijzen wanneer ik een reis naar Japan maak, dat wil zeggen: dat men mij zal inwijden in zaken die mij interesseren. Maar als men 'onderwijs' opvat in de zin van 'dressuur', dan wordt het onderwijs natuurlijk onaanvaardbaar. Het woord 'onderwijs' zelf is dus geperverteerd, want je kunt er tegengestelde kanten mee op.
Het idee van straf, of het nou om kinderen of om criminelen gaat, is natuurlijk verwerpelijk. Mijn nieuwste boek, Pourquoi faudrait-il punir? gaat over het strafrecht. Ik zie niet in waarom men wie dan ook zou straffen, een crimineel evenmin als om het even wie, om de eenvoudige reden dat het nergens toe dient: het kan noch het slachtoffer, noch de crimineel, noch de samenleving helpen. Ik heb alle argumenten bestudeerd die naar voren zijn gebracht en ik kan er niets nuttigs in ontdekken. Erger nog, ik zie in welke mate het idee van straf ons schaadt: we worden gecorrumpeerd door deze wraakmaatschappij die -onder anderen- het misdadige individu wil straffen. Aan een misdaad, in de ruimste zin van dat woord, voegt men een andere toe: hij heeft leed berokkend, dus men berokkent hem leed! Als het om een normaal toegerust individu gaat, zal hij vervolgens diegene iets aan willen doen die hem iets heeft aangedaan. Dat kan nog lang zo doorgaan en zo gaat het inderdaad al millennia lang. Helaas denk ik niet dat dat opeens kan ophouden. Aan de andere kant hebben we systemen zien instorten! Er zijn bijvoorbeeld religieuze systemen, beschavingen die ineengestort zijn, en ik denk dat het strafrecht ook ineen kan storten.
We kunnen deze zeer interessante reflectie over de straf voortzetten door een parallel te trekken tussen de school en de gevangenis.
De school is gebaseerd op straf, maar je zou je een school voor kunnen stellen zonder straf en zonder beloning. Toch, in de mate waarin we ons bevinden in een cultuur van dressuur in plaats van in een cultuur die het delen van kennis vooropstelt, hebben we onszelf wijsgemaakt dat je kinderen niets kunt leren zonder straf. Nogmaals, ik denk dat men zich voor zou kunnen stellen dat er overal niet-verplichte scholen zouden zijn die open zouden zijn en die zonder straf zouden functioneren. Het verplichte karakter van de school draagt ertoe bij dat de straf als educatief principe gehandhaafd blijft: de kinderen zijn verplicht zich te onderwerpen, omdat ze nu eenmaal verplicht zijn om naar school te gaan. Ze mogen bijvoorbeeld niet van klas veranderen wanneer ze liever de lessen van een bepaalde docent volgen... Binnen de school kunnen de volwassenen zich praktisch alles permitteren, want de kinderen hebben geen andere keus dan te blijven komen. Het is niet de schuld van de docenten, ik heb niets tegen hen. Sommigen krijgen zelf straf als ze zich niet aan het reglement van de school houden, of ze krijgen last met de onderwijsinspectie. Ik ben daarentegen wel boos op een aantal onderwijsbonden die niet proberen verbetering te brengen in deze stand van zaken.
Om nog even terug te komen op de straf, ze kan verschillende vormen aannemen. De vorm die het minst ter discussie staat, bestaat erin dat men tegen een kind zegt: 'Hoor eens, als je niet naar school wilt komen: dat staat je vrij, we zullen niet tegen je schreeuwen, maar, aan de andere kant, je zult niet naar de volgende klas over kunnen gaan, je zult geen diploma krijgen.' Maar dat is toch één van de zwaarste straffen en een vorm van wraak van de samenleving op de kinderen. De toepassing van de wet en van regels is hetzelfde op school als in de gevangenis. De wet is hetzelfde voor iedereen, voordat men de school betreedt en voordat men doordringt in de gevangenis. Aan een gedetineerde vraagt men niet om de Franse wet te respecteren, maar het reglement; zo is het ook op school. Iedere vorm van verplichte insluiting werkt volgens dit principe. Of het nou gaat om de school, de gevangenis of alle andere instellingen waar mensen worden opgesloten, men kan niet ieder individu als bijzonder geval beschouwen. Hetgeen wil zeggen dat men u niet langer als personen beschouwt, maar als een massa, een massa die bewaakt moet worden. De school is een toezichthoudende instelling geworden die de kinderen 's avonds naar huis laat gaan. Als ze zich aan de norm onttrekken, gaan ze naar een internaat en mogen alleen in het weekend naar huis. Als hun gedrag nog verder buiten de norm valt, komen ze in een instelling voor gesloten jeugdzorg terecht, waar ze helemaal niet meer uit mogen. De school is een plaats waar mensen opgesloten worden.
Vertaling Michel Koppelaar
if($show == 'noshow') {
echo('');
}
else {
?>
}
?>
Noten van de vertaler - De socioloog Pierre Bourdieu maakte aannemelijk dat in het onderwijs waarden centraal staan die vooral vertrouwd zijn voor kinderen uit de dominante klasse. Deze kinderen kunnen zich daardoor gemakkelijker aanpassen aan de eisen die de school aan hen stelt en zijn daardoor kansrijker.
|